Logo Universiteit Utrecht

Universitair Dierenziekenhuis

Nieuws

Paardengeneeskunde binnenstebuiten


Dierenartsen bevinden zich steeds vaker in een spanningsveld tussen de regelgeving, de wensen van de eigenaar en de beste behandeling. Klinisch onderzoek is van groot belang om veterinair handelen goed te kunnen onderbouwen. Dat stelt Marianne Sloet in haar oratie op 8 september.

De maatschappij verandert snel. Net als de arts, is de dierenarts allang niet meer de onbetwiste autoriteit die hij was in de dagen van populaire films of tv-series als Doctor Vlimmen of James Herriot. Patiënten bij de arts en diereigenaren bij de dierenarts worden mondiger en plukken al dan niet relevante informatie van het internet. Het vereist sociale vaardigheden om daarmee om te kunnen gaan, maar nog belangrijker is dat dierenartsen hun veterinair handelen goed kunnen onderbouwen. Een goed klinisch onderzoek vormt de basis en vervolgens moeten alle behandelingen zoveel mogelijk ‘Evidence Based’ worden gekozen. 

Continu spanningsveld
“Wij bewegen ons continu in een spanningsveld tussen wat veterinair het beste is, wat de eigenaar wil (betalen) en wat de regelgeving voorschrijft. Dat is niet altijd makkelijk”, constateert prof. dr. Marianne Sloet in haar oratie. Sloet is per 1 maart 2013 benoemd tot hoogleraar Equine Internal Medicine bij de Universiteitskliniek voor Paarden (UKP) van de faculteit Diergeneeskunde.

Integer handelen
Binnen de geneeskunde van het paard komen regelgeving en ‘optimale paardengeneeskunde’ volgens Sloet lang niet altijd overeen. Dat betekent dat dierenartsen soms lastige keuzes moeten maken. “Als dierenarts moet je altijd integer handelen en je moet zorgen dat je deze handelingen waar mogelijk kunt onderbouwen met wetenschappelijke gegevens. Daarom doen wij hier klinisch gericht wetenschappelijk onderzoek op het gebied van het paard. Dit stelt ons in staat ons handelen beter te onderbouwen.”