Logo Universiteit Utrecht

Universitair Dierenziekenhuis

Kennisbank

Röntgendiagnostiek

Röntgenfoto

Waarschijnlijk de meest bekende methode voor beeldvormende diagnostiek is de röntgenfoto. Voor het maken van een röntgenfoto wordt gebruik gemaakt van röntgenstraling.

Röntgenstraling

Röntgenstraling is elektromagnetische straling die door het lichaam heen dringt en in het lichaam wordt geabsorbeerd, verzwakt en verstrooid. De overgebleven röntgenstraling wordt aan de andere kant van het lichaam opgevangen op een röntgencassette. In een uitleesapparaat wordt de opgevangen röntgenstraling omgezet in een digitaal beeld. Alle gemaakte opnamen worden digitaal opgeslagen en verwerkt.

Diverse toepassingen

Voor röntgenfotografie bestaan diverse toepassingen. Als uw dier bijvoorbeeld een botbreuk heeft opgelopen, kan een röntgenfoto uitkomst bieden om de precieze locatie van de breuk te vinden.

Gezelschapsdieren

Bij gezelschapsdieren kan röntgenfotografie ook helpen om ingeslikte vreemde voorwerpen op te sporen of tijdens de zwangerschap een schatting te maken van het aantal pups.

Paarden

Röntgenfotografie bij paarden wordt vooral ingezet bij het maken van opnamen van de benen, wervelkolom of longen.

Röntgenfoto’s maken

In de röntgenkamer staan een radiologisch assistent en een radiologisch laborant klaar om de foto’s van uw dier te maken. Meestal wordt uw paard of pony in een box geplaatst. Honden, katten en bijzondere dieren worden op een tafel gefotografeerd.

Afhankelijk van het onderzoek, dat is aangevraagd door de dierenarts/specialist, wordt bepaald – welke en hoeveel opnamen – er gemaakt zullen worden.

Behandelplan

De radioloog beoordeelt de foto’s en bespreekt de uitslag met de behandelend dierenarts/specialist. Aansluitend bespreekt de behandelend dierenarts/specialist de uitkomst van het beeldvormend onderzoek en het verder behandelplan met u. Soms wordt na afloop besloten dat er een extra opname nodig is of dat een opname overgemaakt moet worden.

Pijn of stress

Mocht het dier door pijn of stress niet mee willen of kunnen werken, dan wordt er, in overleg met u en de dierenarts/specialist, soms voor gekozen het dier rustig te maken met behulp van een praam (bij paarden) of een sedatie (‘roesje’, bij gezelschapsdieren en paarden).