Logo Universiteit Utrecht

Universitair Dierenziekenhuis

Kennisbank

Polyomavirus

Polyomavirus-infecties komen met name bij jongere papegaai(achtig)en voor. Ook andere vogelsoorten, zoals vinkachtigen, zijn echter gevoelig voor het virus.

De infectie staat bij grasparkieten ook wel bekend als BFD (budgerigar fledgling disease), ‘french moult’ of ‘kruipersziekte’. De ziekteverschijnselen bij grasparkieten zijn duidelijk anders dan die van de grotere papegaaiensoorten.

Verschijnselen

Vooral jongere papegaaien, onder de leeftijd van 6 maanden, zijn gevoelig voor het ontwikkelen van ziekte na besmetting met het virus.
Wanneer grotere papegaaiensoorten besmet zijn met het polyomavirus, kunnen ze binnen enkele weken na besmetting ernstige ziekteverschijnselen ontwikkelen. Deze kunnen bestaan uit:

  • braken
  • diarree
  • stoppen met eten
  • optreden van onderhuidse bloedingen
  • het ontwikkelen van een dikke buik, gevuld met vocht.
  • optreden van verlammingsverschijnselen van de poot
  • vertonen van dronkemansgang
  • tremoren (schudbewegingen) van de kop en het lichaam

Vaak sterven de vogels binnen één of enkele dagen, soms zelfs zonder enige ziekteverschijnselen getoond te hebben.
Bij grasparkieten komt naast de acute vorm, die zich vaak binnen 3 weken manifesteert en veel gelijkenis toont met de infectie bij grotere papegaaien, ook een meer chronische vorm voor. Hierbij worden de donsveren, maar ook de contourveren (slag-, broek- en staartpennen) aangetast. Dit heeft tot gevolg dat de (pas gespeende) vogels niet meer kunnen vliegen (vandaar de naam ‘kruipersziekte’).

Diagnose

Voor het vaststellen of een vogel drager of uitscheider is van het polyomavirus wordt over het algemeen gebruik gemaakt van een test waarbij de aanwezigheid van de ziektekiem wordt aangetoond. Voor deze test wordt een uitstrijkje van de cloaca gebruikt.
Indien de vogel overlijdt voordat een dierenarts bezocht kan worden om het onderzoek uit te laten voeren is het ook mogelijk om onderzoek te verrichten op de dode vogel (zgn. sectie of post-mortaal onderzoek), om hiermee de diagnose te bevestigen. U kunt hiervoor contact opnemen met ons Veterinair Pathologisch Diagnostisch Centrum

Behandeling

Infecties met polyomavirus zijn helaas niet te behandelen. Als de vogel klinische klachten vertoont, kan hooguit een ondersteunende therapie gegeven worden. In een groot aantal gevallen zal de vogel desondanks komen te overlijden.

Het is te allen tijden belangrijk dat, wanneer u een vogel heeft die mogelijk besmet is met polyomavirus, zorg gedragen wordt dat deze vogel niet in contact komt met andere vogels, en dus geen overdracht van het virus kan plaatsvinden. Daarnaast is het ook belangrijk om goede hygiënemaatregelen te nemen om te voorkomen dat u zelf het virus overdraagt naar andere vogels.

Voor het laten testen van uw vogel op aanwezigheid van het polyomavirus en eventuele behandeling of adviezen over preventieve maatregelen om de infectie te voorkomen kunt u terecht bij de afdeling Vogels en Bijzondere Dieren.